Ieder lid mag een eigen gemotiveerd advies formuleren. Zijn alle leden het eens, dan geeft de overlegcommissie een unaniem advies. Zoniet, dan bestaat het advies van de overlegcommissie uit de opsomming van alle afzonderlijke adviezen. Leden die een instelling vertegenwoordigen die zelf de aanvraag indient, moeten zich onthouden. Dit betekent dat zij niet deelnemen aan de beraadslaging en de stemming. De ambtenaren van het BROH vormen een uitzondering op deze regel.
Meestal bepalen de leden hun advies onmiddellijk na de hoorzitting op basis van de persoonlijke analyse die ze vooraf van het dossier hebben gemaakt en de opmerkingen die ze tijdens de hoorzitting hebben gehoord. Uitzonderlijk gebeurt het dat een lid van zijn oversten de uitdrukkelijke opdracht heeft gekregen een bepaald standpunt in te nemen.
Grootste knelpunt is het totaal gebrek aan duidelijke criteria waarop een lid van de overlegcommissie zich beroept om een bepaald advies te geven. Een ondubbelzinnige beleidslijn ontbreekt. Het Gewestelijk BestemmingsPlan (GBP) geeft een aantal richtlijnen, maar die zijn zeer algemeen en ruim interpreteerbaar. Tot op vandaag bestaat er geen precisering van die regels.
Een advies kan gunstig, gunstig mits voorwaarden of ongunstig zijn. De overlegcommissie legt soms voorwaarden op waaraan het gewijzigde plan moet voldoen om uitgevoerd te kunnen worden. De aanvrager krijgt dan de kans om zijn project in functie van die voorwaarden te wijzigen. Het gemotiveerde advies van de overlegcommissie is niet bindend maar in de meerderheid van de gevallen volgt de beslissende overheid het op.