Nu 2009 op zijn eind loopt, staat Europa aan de vooravond van het jaar 0 voor de luchtkwaliteit. Vanaf 2010 moeten alle lidstaten en hun regio’s nieuwe normen respecteren. Om dat ook in Brussel te flikken, hebben onze gewestministers een mobiliteitsrevolutie nodig. Of een mirakel.
fijn stof Eerst over het fijn stof, misschien de bekendste aller vervuilers. De norm voor fijn stof is eigenlijk niet nieuw; we overtreden ze al sinds 2005. Maar relatief nieuw is dat ons land geen uitstel krijgt van de Europese Commissie. België heeft duidelijk niet genoeg gedaan om de luchtvervuiling te doen dalen en slechte leerlingen verdienen geen uitstel, vindt Europa. Concreet wil dat zeggen dat we nu al jaren de Europese wetgeving overtreden. Want na een verbetering begin van deze eeuw, vooral te danken aan de veranderingen die de EU oplegde aan de industrie en de verbrandingsovens, blijft de concentratie fijn stof nu al vijf jaar stabiel. Lees: veel te hoog. Dat geldt ook voor Brussel. Elk jaar gaat een aantal van onze zes meetstations meer dan de maximale 35 keer in het rood1. Het meetstation in Haren zat midden oktober alweer aan 57 overschrijdingen. Ook Heembeek en Molenbeek zitten als vanouds boven de voorgeschreven 35 keer. Zelfs het beter gelegen Sint-Agatha-Berchem zal dit jaar de norm niet halen. 40 overschrijdingen al. En dan moet de traditionele wintersmog nog komen. Alleen in de meetstations van Ukkel en in Sint-Lambrechts-Woluwe meten we dit jaar aanvaardbare fijn-stofconcentraties. Voor de volksgezondheid is dit natuurlijk allemaal erg nadelig.
stikstof en ozon
Voor een aantal andere vervuilende stoffen treden er nieuwe normen in werking vanaf 2010. Voor sommige van die polluenten levert dat geen problemen op. Voor lood en benzeen zitten we bijvoorbeeld op koers. Dankzij de EU is de uitstoot van die stoffen sterk gedaald. Maar voor stikstofoxiden (NOx) en ozon staan we er slecht voor. Als de weergoden ons gunstig gezind zijn, kunnen we de norm voor ozon halen. Wordt het daarentegen een hete zomer, dan is dat doel buiten ons bereik. Van de maximale concentraties voor NOx kunnen we voorlopig alleen maar dromen. Zowel Vlaanderen als Brussel zal die norm zonder twijfel met de autobanden treden. En de Commissie zal ons daarvoor allicht sanctioneren.
De achtergrondconcentraties van fijn stof zijn in heel West- Europa hoog. Deze figuur toont echter duidelijk aan dat in steden en vooral op drukke stadsboulevards die concentraties toch nog veel hoger liggen. Gewestelijke maatregelen hebben dus wel degelijk zin.
-20%
Dat verhoogt wel de druk om eindelijk de maatregelen te nemen die de Commissie al lang van ons verwacht: onder meer de invoering van lage-uitstootzones en fiscale maatregelen. De binnenstad van Amsterdam is al enkele jaren niet-toegankelijk voor oudere vrachtwagens – i.e. vrachtwagens die niet voldoen aan de euro-4 norm. Ook in Stockholm wordt dit systeem al toegepast met een fikse daling van de uitstoot tot gevolg. Ook de stadstol in Londen en Stockholm hebben een gunstig gevolg gehad op de uitstoot. En van de slimme kilometerheffing kunnen we nog meer goeds verwachten. Helaas is druk van bovenaf broodnodig om onze overheid te doen bougeren. In haar regeerakkoord en in de beleidsverklaring voor het komende politieke jaar herneemt de gewestregering de doelstelling die al in het gewestelijk ontwikkelingsplan van 2002 stond: -20% autoverkeer. Maar over de concrete instrumenten blijft het nog altijd vaag: slimme kilometerheffing of tol en lage-uitstootzones zijn... niet geheel uitgesloten. Ondertussen zou Leefmilieu Brussel begonnen zijn met de opmaak van het Wetboek Klimaat/Lucht en het nieuwe Gewestplan Klimaat/ lucht. En de regering denkt er aan Iris 2, het nieuwe ontwerp-mobiliteitsplan dat de vorige regering klaar stoomde, aan te passen en vervolgens goed te keuren. Het zal nog een hele klus worden om één gemeenschappelijke marsrichting te steken in die diverse documenten. Het ontwerp Iris 2 was immers een zootje dat de geit en de kool wou sparen. Een duidelijke keuze voor een reductie van het autoverkeer stond er niet in en de zorg voor de luchtkwaliteit was onvoldoende aanwezig. Het vorige luchtplan fietste trouwens met een boogje rond de heikele mobiliteitskwesties heen. Als plannen zo erg naast elkaar lopen, komt het met de luchtkwaliteit natuurlijk niet in orde. de actieplannen
We mogen ook het verbruik van stookolie voor verwarming niet vergeten. Vooral op het vlak van NOx praat ons gebouwenpark een hartig woordje mee, met bijna de helft van de uitstoot. Ongeveer twee derde daarvan komt van de gezinnen, één derde van de kantoren. Op dit front is er heel wat ambitie en er zijn ook veel maatregelen gepland. De energieprestaties van onze gebouwen zijn één van de belangrijkste werven van deze regering.
Maar zelfs als deze regering eindelijk een nieuwe flinkheid vindt, Iris 2 grondig herziet en zo de eeuwige belofte van de -20% autoverkeer waarmaakt, en zelfs als ze onze gebouwen energiezuiniger maakt, zullen we de normen niet halen. Leefmilieu Brussel heeft berekend dat we de uitstoot van NOx niet moeten verminderen met 20%, maar moeten halveren om de norm te halen. Voor fijn stof moet op sommige plaatsen zelfs een reductie van 70 tot 80% gerealiseerd worden! Die reductie moet voornamelijk van het verkeer komen, de grootste boosdoener. 72% van de uitstoot van fijn stof komt van het transport. Conclusie: we moeten zeker mikken op een sterkere daling van het verkeer dan die 20%. De huidige realiteit op onze grote ringlanen en invalswegen tonen dat een halvering van het verkeer ook noodzakelijk is voor de leefbaarheid van deze stad. Die analyse dateert al van jaren geleden. Dus moeten we concluderen dat deze regering er met haar regeerakkoord bewust voor gekozen heeft om de Europese doelstellingen niet te halen. Niet volgend jaar en niet binnen vijf jaar. We zullen de sancties wel betalen zeker? Een vaak terugkerend argument in deze discussie is dat het grootste deel van de vervuiling afkomstig is uit het buitenland en dat het buitenland het probleem dan ook maar moet oplossen. En inderdaad, de zogenaamde achtergrondconcentraties zijn overal in West-Europa erg hoog. Maar ook de bijdrage van de stad zelf is aanzienlijk. En op drukke stadsboulevards zorgt het lokale verkeer nog eens voor een sterk verhoogde piek. Met andere woorden: maatregelen op het niveau van de stadsboulevards en de hele stad hebben wel degelijk zin. Het is dus niet toevallig dat Ukkel veel minder overschrijdingen telt dan Haren en Heembeek, dicht bij de ring. Trouwens, als iedereen voor eigen deur veegt, is de straat proper – dat weet iedereen. 1. Dat wil zeggen dat we een concentratie optekenen van meer dan 50 microgram fijn stof per kubieke meter.-80%
de non-doelstelling