Toch een effectenbeoordeling voor de Wetstraat

Het principieel akkoord tussen de Europese Commissie en het Brussels Gewest om de Wetstraat te verdichten in functie van de noden van de EU-Commissie dateert van 2007.  Vele discussies, een wedstrijd, moeilijke onderhandelingen en juridische afwegingen later is er een overlegcommissie geweest over het juridisch instrument om dat akkoord vorm te geven.

Het is de Zonale Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening voor het Stadsproject Wet of ZGSV Wetstraat [ Règlement Régionale d’Urbainsme Zoné pour le projet Urbain Loi of RRUZ PUL] geworden. De ZGSV legt vast waar er mag gebouwd worden, hoe hoog en hoe diep er mag gebouwd worden en hoeveel open ruimte er moet blijvenmaar zegt niets over wat er kan of moet gebouwd worden.

De visie van de ZGSV

Drie principes liggen aan de basis: A: open straten, inspringende bouwlijnen en bouwprofielen, B: open huizenblokken en C: vrije ruimten.

Concreet betekent dat in de Wetstraat drie bouwlijnen van kracht zullen zijn die overeenstemmen met drie bouwhoogten, waardoor het hoogste gedeelte van een gebouw verder weg staat van de rooilijn. Geen klassieke gesloten huizenblokken, maar wisselende plaatsen zodat er meer vrije ruimte komt. Van elk huizenblok moet er minstens 25% onbebouwd blijven.

Hoe groter het bouwblok hoe meer publieke ruimte er moet komen en hoe hoger er mag gebouwd worden.Met een maximale hoogte van 156 m voor het belangrijkste gebouw van de EU-Commissie op de hoek van de Wetstraat en Etterbeeksesteenweg. Op die manier wordt het aantal m² bijna verdubbeld: van 490.000 m² naar 880.000 m² met een verhouding van vloer/terreinoppervlakte van 8.

Om die hoge dichtheid te compenseren wordt een biotoopcoëfficiënt per oppervlak (BCO) ingevoerd. De BCO is de verhouding tussen de oppervlakten die de biodiversiteit bevorderen en de totale oppervlakte van het terrein. Elke maatregel, zoals groene gevels of daktuinen, krijgt een bepaalde coëfficiënt toegewezen en het totaal resultaat voor elk project moet 0,60 zijn.

Niet in de ZSGV zelf, maar in al de bijhorende ‘overwegingen’ staat dat het Stadsproject Wetstraat geen monofunctionele bureaubuurt mag blijven, maar dat er minstens 12,5% huisvesting moet komen en daarnaast ook de bijhorende voorzieningen en handel.

Het lijkt aantrekkelijk, maar …

Niemand betwist dat de Wetstraat en zeker de gebouwen van de EU-Commissie een behoorlijke opknapbeurt nodig hebben. Brussel in zijn geheel zal moeten verdichten, dus allicht ook de Wetstraat. Het feit dat deze verdichting gekoppeld wordt aan het creëren van woningen, publieke ruimtes en groen maakt er een interessante denkoefening van.

 

Wanneer we echter de ontwerp-verordening – de eigenlijke wetteksten -  aandacht lezen, blijken daar zo goed als geen waarborgen in te staan dat de voor ons belangrijke elementen ook effectief gerealiseerd zullen worden. En wanneer dat wel het geval is, is er reden tot ongerustheid aangaande de kwaliteit er van. De berekeningswijze van de ambitieuze biotoopcoëfficiënt is bijvoorbeeld niet opgenomen in de ZGSV. Dit instrument kan geen woningen of andere functies afdwingen, en nog minder zorgen voor de noodzakelijke sociale mix. Er zijn geen garanties dat de gecreëerde open ruimte wel degelijk publiek zal zijn. Laat staan dat er een coherentie zal zijn tussen de verschillende publieke ruimten die ‘blok per blok’ zullen aangelegd worden. Meer details kan je lezen in de bezwaarschriften onderaan.

Met deze ZGSV zal alles afhangen van de gemachtigde ambtenaar die uiteindelijk vergunning per vergunning zal moeten beslissen over ‘de goede aanleg’. Daarom vragen we dat de overheid alle middelen gebruikt om een functionele en sociale mix juridisch te kunnen afdwingen. Gezien in de Wetstraat grote vastgoedspelers actief zijn kan de overheid zichzelf juridisch beter wapenen om de onderhandelingen aan te gaan.

Wat zijn de effecten?

Hoewel de impact van de nieuwe Wetstraat minstens even groot is als die van de bouw van de Europees Parlement en bijhorende kantoren tussen de Wiertz- en Trierstraat is er tot vandaag geen effectenbeoordeling gebeurd. Dit was trouwens de meest voorkomende opmerking tijdens het openbaar onderzoek van de ZGSV.

Tijdens de bijeenkomst van de overlegcommissie op 22 mei heeft het Gewest aangekondigd dat die effectenbeoordeling er alsnog zal komen. Tegen het einde van het jaar zou er dan een nieuwe versie ZGSV op tafel liggen.

Wij rekenen er op dat die effectenstudie in alle openbaarheid zal gebeuren, met openbaar onderzoek over de lastenboek en later over de effecten die verschillende scenario’s van verdichting kunnen hebben.

© illustraties: ADT/ATO

Met de steun van de Koning Boudewijnstichting en de Nationale Loterij.

Contact:

Hilde Geens | www.bralvzw.be

stafmedewerker stedenbouw
| Zaterdagplein 13 – 1000 Brussel |
| T 02 217 56 33 | 
 

Fichier attachéTaille
coordinatie_rruz.pdf188.04 Ko
bezwaarschrift_bral_zgsv.pdf84.87 Ko