Alle groen naar Leefmilieu Brussel?

Een jaar of tien terug, de opmaak van het Gewestelijk Ontwikkelingsplan (GewOP)… Het BIM, Brussels Instituut voor Milieubeheer, stelt voor om alle groene ruimtes in de stad te herverdelen tussen de verschillende overheden. Zelf zouden ze alle parken beheren met gemeenteoverschrijdende aantrekkingskracht. De grote dus. De gemeenten zouden zich dan weer toeleggen op het buurtgroen. Het BIM vindt het immers niet zo logisch dat grote en wijdbekende parken als Josaphat of Terkamerenbos worden beheerd door gemeentelijke diensten, terwijl zij als gewestelijke administratie de scepter zwaaien in een reeks heel kleine speeltuintjes.

Maar het voorstel belandt in een schuif en alles blijft bij het oude. Ook vandaag zijn enkele zeer grote parken gemeentelijke bevoegdheid. Leefmilieu Brussel, het vroegere BIM, is zelfs niet geconsulteerd bij de renovatie van Josaphat. De federale diensten van Beliris, het samenwerkingsakkoord tussen België en Brussel, waren verantwoordelijk. Maar is Schaarbeek in staat om het park te beheren? Veel gemeenten zijn weinig thuis in natuuraspecten en onderhoud van groen.

Dicht bij de burger

Het grote argument voor het voortbestaan van de gemeenten is proximité, nabijheid. De verantwoordelijken voor het groenbeheer in St-Joost bijvoorbeeld gaan prat op het contact met het terrein. Vijftien arbeiders “in socio-professionele inschakeling”, zeg maar in opleiding, beheren er een hele reeks piepkleine groene ruimten plus meer dan 800 straatbomen. Ze begeleiden ook regelmatig bewoners die plantacties houden, ze zijn betrokken bij buurtcomposteren, etc. Ze werken bovendien zoveel mogelijk met inheemse planten en zonder pesticiden en ze hebben ervaring met bijenkorven. De gemeente investeert ook in nieuwe buurtparkjes via de wijkcontracten en zegt mee te werken aan het gewestelijke groene netwerk. Zo zou een oud plan voor een verbinding tussen de squares en Schaarbeek, langs het Jazzstation, binnenkort realiteit worden. De eco-ambtenaar van de gemeente wijst er op dat de samenwerking met het Gewest vlekkeloos loopt.

Ver van het bed

Is het echt allemaal zo rooskleurig? Bij Leefmilieu Brussel trekt niemand hard van leer tegen de gemeentelijke groendiensten, maar we horen wel enkele bedenkingen. In veel gemeenten ligt de interesse voor fauna en flora dicht bij het nulpunt, heet het. Het is naar het schijnt een traditie bij veel gemeenten om te putten uit catalogen van kwekerijen en om daarbij praktische en decoratieve argumenten te laten overwegen. Wanneer gemeenten vergunningen aanvragen voor de aanleg van groen, heeft onze gewestelijke administratie wel een adviesrecht via de overlegcommissies, maar de gemeenten leggen dat advies heel vaak naast zich neer. Een lichte frustratie toch wel.

En dan is er het probleem van versnippering. Zopas heeft Leefmilieu Brussel geprobeerd een lijst op te maken van alle mensen die op de gemeenten bezig zijn met biodiversiteit. Soms bleken die bijzonder moeilijk om te vinden, gewoon door de grote verscheidenheid qua organisatiestructuur. De ene keer is het de groendienst, dan weer een milieuambtenaar, het kabinet van de schepen, het departement duurzame ontwikkeling… Er zit gewoon geen lijn in. Daarom hangt samenwerking tussen gemeente en Leefmilieu Brussel heel hard af van toevalligheden en informele contacten.

Toch niet zo dicht bij de burger

Versnippering en gebrek aan aandacht voor natuur zijn dus de pijnpunten. Maar daartegenover staat dan toch die nabijheid? De expertise om te voelen wat een buurt nodig heeft? Dat zou je alleszins verwachten van een lokaal bestuur, maar in praktijk loopt het soms gewoon in de soep. Zowel met aanleg als met onderhoud. Ben Ayad van het Centre de Rénovation de Cureghem heeft pijnlijke ervaringen met de speeltuinen van de gemeente Anderlecht: “Leefmilieu Brussel had hier het Dauwpark of la Rosée aangelegd. Maar nadat de gemeente het een tijd beheerd had, ging er al snel van alles fout in het parkje. Daarna heeft Leefmilieu Brussel het opnieuw moeten overnemen en nu marcheert het. En toen de gemeente in 1999 het Liverpoolpleintje wou aanleggen vroegen de bewoners dus dat Leefmilieu Brussel het plein zou beheren. Dat wilde de gemeente niet en sindsdien ligt het er desolaat bij. Wat wil je? Op het voetbalveldje breek je benen en armen.” Binnenkort zou het Liverpoolpleintje een facelift krijgen, compleet met rietvijver zelfs, via een nieuw wijkcontact, om recht te zetten wat toen mismeesterd is. Hopelijk lukt het deze keer.

Kijk dan eens naar het Bonneviepark in Molenbeek, pas heraangelegd na een breed inspraakproces en onmiddellijk ingepalmd door jong en oud. Leefmilieu Brussel mag dan ver van de mensen staan maar ze hebben zich door de jaren flink ingewerkt in participatieve aanleg, onder meer door samen te werken met buurtverenigingen. Zo zorgt de gewestelijke administratie toch voor de noodzakelijke proximité.

Regionaliseren?

 

Moeten we dan maar gewoon al het groen doorschuiven naar het Gewest? Leefmilieu Brussel loopt niet meteen warm voor die piste. Ze zijn nu al overbevraagd. Natuurlijk, met meer personeel zou er meer marge zijn, maar sterke groei van het personeel brengt wellicht nieuwe moeilijkheden mee op vlak van coördinatie en interne communicatie. Nu al hoor je soms dat hun verschillende departementen niet optimaal samenwerken. Van natuurverenigingen bijvoorbeeld.

Sommige ambtenaren menen het wel goed maar op andere diensten interesseren ze zich geen fluit voor de natuur, zeggen de verenigingen vaak. “Ze vliegen er met de grote machines door” en vernietigen daarbij veel. De aanleg van de Groene Wandeling met haar metersbrede fietspad doorheen waardevolle groengebieden ligt veel natuurliefhebbers zwaar op de maag. Het jongste conflict ging over het stuk doorheen het Walckierspark, een episode waarbij heel wat grote woorden vielen.

In wezen gaat dit conflict over de vraag waar het zwaartepunt moet liggen: bij biodiversiteit of bij recreatief groen? Met andere woorden: moet je natuurreservaten open stellen voor het grote publiek of moet je ze afsluiten en in alle stilte beheren? Hoe dan ook, natuurvrijwilligers hebben een diep wantrouwen voor de gewestelijke milieuadministratie. Als je hen zou vragen of groenbeheer geregionaliseerd moet worden, is het niet zeker dat je veel enthousiasme zou optekenen.
 

Bonneviepark in Molenbeek is aangelegd na breed overleg met de buurt © Bonnevie
Bonneviepark in Molenbeek is aangelegd na breed overleg met de buurt © Bonnevie
Het trieste en desolate Liverpoolplein in Kuregem © CRU