Brussel vaart wel zonder groei - Case 3: ‘Business As Usual’ voor R0 en plannen Noord-Brussel

Er staan veel ingrijpende plannen op stapel in het noorden van Brussel en in de Vlaamse Rand. Het START-plan voor de uitbreiding van de luchthavenactiviteiten, het masterplan voor de reconversie van Vilvoorde-Machelen (met o.a. Uplace), Neo (Heizel) en Just under the Sky (Van Praet)… Een constante in die plannen is de vermelding van de verbreding van de Brusselse Ring (R0). De R0 verbindt letterlijk al deze projecten. En voor sommigen is dat liefst ook een uitgebreide versie ervan.


Ondanks de belangrijke veranderingen waar deze plannen voor staan, beschouwt de overheid deze projecten als ‘Business As Usual’ (BAU). Het is een term die in alle studies opduikt maar uiteraard niet voor iedereen dezelfde bijklank heeft. Als je gevestigde belangen hebt, vind je BAU wellicht prima, maar als je vindt dat het ook eens anders mag en moet, is BAU een te vermijden scenario.

Maar als je al de bovengenoemde plannen samen legt, kom je inderdaad tot een BAU2020-scenario. Het is eveneens het vertrekpunt van de mobiliteitstudie die deel uitmaakt van de Milieu Effecten Rapportage (MER) voor de uitbreiding van de R0. In het BAU2020-scenario van deze ‘roadmovie’ spelen het START-plan en het Masterplan Vilvoorde Machelen een hoofdrol, vooral dan door het extra verkeer dat ze veroorzaken.

Het verhaal van het BAU2020-scenario vertelt dat we tot 2020 het beleid verder zetten langs de ingeslagen weg. De huidige tendensen mogen dus ongehinderd verder lopen. Bijvoorbeeld: het autobezit en het aantal gereden kilometers blijft stijgen. De spanning loopt op tussen alle logistieke plannen aan de ene kant, en aan de andere kant de beperkte ruimte, de luchtkwaliteit en lawaaihinder (de gezondheid van de mensen dus), het klimaat (leven en dood van mensen op de planeet nu en in de toekomst) en de stijgende olieprijzen.

De bedoeling van het START-plan (Strategisch Actieplan voor de Reconversie en Tewerkstelling in de luchthavenregio) is om tegen 2025 het reizigersaantal op de luchthaven meer dan te verdubbelen en te komen tot 35 miljoen per jaar. Het vrachtvolume moet groeien tot 1,2 miljoen ton. Te weten dat we van 15 miljoen reizigers en 700.000 ton vracht komen in 2004. De auteurs van het START-plan zijn zich bewust van de impact van het plan op de leefomgeving, maar stellen toch dat “de terechte zorg voor een aanvaardbaar evenwicht tussen de expansie en de leefomgeving, de duurzame ontwikkeling van de internationale luchthaven van Zaventem, als tweede belangrijke Vlaamse economische poort, niet mag verhinderen”. Groei tegen elke prijs is dus het motto.

Het masterplan Vilvoorde-Machelen heeft als bedoeling om de ontwikkelingsmogelijkheden van de verouderde maar strategisch erg gunstig gelegen bedrijvenzone boven Brussel maximaal te benutten en nieuw leven in te blazen. Dat moet door middel van kantorenfuncties, personeelsintensieve productieruimtes, dienstverlening, handel, horeca en ‘hoogdynamische recreatie’. Alles gericht op de grootstedelijke ontwikkelingen van het Vlaams Stedelijk Gebied rond Brussel (VSGB).

Het welslagen van START en het masterplan Vilvoorde Machelen zal afhangen van de mobiliteit. En die hangt dan weer nauw samen met de uitbreiding van de R0.

We lezen in dit verband weinig geruststellende berichten in het studiewerk dat werd gedaan in opdracht van de Vlaamse overheid: “Om nieuwe grootschalige ontwikkelingen in de Brusselse regio mogelijk te maken, is een capaciteitsverhoging van de R0 en de radiale autowegen noodzakelijk en ook voorzien […] Er zou kunnen verwacht worden dat de capaciteitsuitbreiding van het autowegennet in combinatie met een sterk verbeterde openbaar vervoer-ontsluiting tot een grote restcapaciteit op de R0 leidt. Uit het verkeersmodel van de Plan-MER blijkt evenwel dat de hoeveelheid verkeer op het noordelijk deel van de R0 gemiddeld 50% zou toenemen, waardoor de gecreëerde bijkomende capaciteit volledig ingevuld wordt, en de gemiddelde verzadigingsgraad zelfs hoger komt te liggen dan in de actuele situatie”.

De inzet is hoog, de spanning te snijden. Maar is het opzet van het BAU2020-scenario niet een ‘mission impossible’? Hoog tijd voor een B(not)AU2020-scenario wat ons betreft.

Jeroen Verhoeven